Wie in de afgelopen week ook maar één keer naar een journaal heeft gekeken, heeft het wel meegekregen: Boem! Daar ging weer een grote bank.
De oorzaken van de financiële crisis, en het verband met de veel grotere energie- en ecologie-crises, zijn complex en uitgebreid en ik zal er niet te veel op ingaan; dit blog richt zich immers op het opbouwen van je duurzame bestaan, vanaf de grond, en niet op de ijle hoogten van de internationale politiek en economie.
Zelf heb ik een spaarrekening bij de SNS-bank. Of liever gezegd, bij een van haar dochterondernemingen, de ASN. De ASN is een van de twee kleine, duurzame banken die Nederland rijk is. Hierbij moet worden aangetekend dat de ASN, sinds de fusie tussen Reaal en SNS in 1997, strikt genomen niet echt klein is. En ook niet echt duurzaam. Het is het duurzame frontje van de SNS, één van de minder duurzame grote banken.
De andere kleine duurzame bank, Triodos, is wél echt klein. Daar heb ik ook geld weggezet, maar dat levert helaas een fors lagere rente op.
Enkele jaren geleden vroeg ik bij de Triodos bank waarom hun rente zoveel lager was (een half procentpunt, wat op 2 procent nog best een hoop verschil maakt). Het antwoord was, voor een financiële leek als ik, verrassend: "SNS verkeert in zwaar weer, meneer, die moeten meer geld ophalen om aan de nieuwe regels te voldoen."
Het rentepercentage was dus niet alleen afhankelijk van de rendementen die de bank met mijn geld maakte, maar ook van de urgentie van de kapitaalbehoefte van de bank!
Het is een vreemde wereld.
Nu moet ik opeens denken aan een brief die ik afgelopen zomer ontving. De precieze strekking weet ik niet meer, maar het ging over mijn beleggingen in tropisch hardhout via de firma Goodwood. Die waren min of meer waardeloos geworden.
Gelukkig heb ik nooit belegd in Goodwood.
Wel heb ik een tijdlang gezocht naar een pensioenvoorziening en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Moet je zelf regelen, als kleine zelfstandige. Ik wilde e.e.a. op zo duurzaam mogelijke wijze regelen en ging op zoek naar een 'groene' financieel adviseur. Die vond ik, maar de beste man had eigenlijk maar één product in de aanbieding en dat was: beleggen in Goodwood. Dat leverde goed geld op, er zaten zelfs garanties bij dus er kon niks misgaan, de rendementen waren hoog...
Gelukkig heb ik verstandige vrienden, die mij uitlegden (op de toon waarop je een driejarige toespreekt) dat garanties op hoge rendementen niet bestaan. Let op, zei mijn vriend: grote banken hebben grote en hoogopgeleide, gespecialiseerde afdelingen die de hele dag bezig zijn met het analyseren van risico's. Als die een belegging vinden waarmee je zonder risico een hoog rendement kunt halen, dan blijft die belegging niet lang beschikbaar voor de gewone consument.
Dus. Als jij, als consument, een hoog rendement kunt halen, dan weet je dat het risico groot is.
Kun je beter niet doen.
Ik ga er nog altijd van uit dat mijn adviseur goede bedoelingen had. Net als de firma Goodwood. Want er zíjn hardhoutplantages aangelegd, en herbossing ís ontzettend belangrijk.
Maar hoge rendementen halen op een duurzame manier, dat gáát gewoon niet.
Het meeste geld wordt verdiend met projecten als wapenhandel en illegale houtkap.
Het állermeeste geld wordt verdiend met drugs en mensenhandel.
Het minste wordt verdiend met leningen aan arme keuterboertjes, gecertificeerde bosbouw, biologische landbouw en noem het allemaal maar op.
Wie moreel wil handelen, moet zich verzoenen met lage verdiensten.
Geen enkele spaarrekening levert ook maar half zoveel op als mijn hypotheek me kost.
Drie keer raden wat ik met mijn spaargeld doe.
Posts tonen met het label duurzaam ondernemen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label duurzaam ondernemen. Alle posts tonen
zondag 10 februari 2013
dinsdag 11 september 2012
Het zit 'm in het decor
Hoe maak je een duurzame cabaretvoorstelling?
Op dezelfde manier als je een duurzame wat-dan-ook maakt: je bedenkt wat je wilt maken en in plaats van meteen aan de slag te gaan denk je nog even verder over de duurzame kant van het verhaal.
Wat is er niet duurzaam aan je plan? Die aspecten verbeter je, waar het kan. Makkelijk zat.
Welnu: wat is er niet-duurzaam aan een cabaretvoorstelling?
Fucking alles!
Je begint de teksten te schrijven. Op een computer, die stroom verbruikt, of op papier, dat grondstoffen (hout, water en chemicaliën om de zaak mooi glanzend wit te krijgen) en energie verbruikt. Laten we niet vergeten dat die computer ook behoorlijk wat materialen (waarvan sommige giftig en sommige zeldzaam) heeft gekost, evenals een hoop energie (vergis je daar niet in: een computerchip is klein, maar kost heel veel energie omdat-ie zo complex is) heeft gekost. Kan dat duurzamer? Een beetje wel: recyclingpapier gebruiken, of een tweedehands computer en groene stroom. Het allerduurzaamst is het om papier te hergebruiken, bijvoorbeeld door de marges van kranten af te knippen en daarop te schrijven. Maar ik ben Gekke Henkie niet; er komt een punt waarop de eisen die je jezelf stelt zo strikt worden, dat je alle plezier in het werken verliest en dan kun je beter iets geheel anders gaan doen. Of een compromis-oplossing zoeken. 'Iets anders gaan doen' is in dit gedachte-experiment geen optie, want we willen bedenken hoe we een duurzame voorstelling maken, niet of we er een gaan maken.
Dat wordt dus een compromis: de tweedehands computer met groene stroom.
Dan moet er gerepeteerd worden. Tenzij je in dezelfde plaats woont als je regisseur betekent dat een hoop heen-en-weer gereis. Dat kun je simpel oplossen door te verhuizen, maar dan wordt de vraag 'hoe verhuis ik duurzaam' en dan heb je er een redelijk groot probleem bij. Of je beperkt je bewegingen door de repetities te beperken, bijvoorbeeld door één week lang elke dag de hele dag samen te werken en te hopen dat die hogedrukpan het gewenste resultaat oplevert. Het allermakkelijkst is het natuurlijk een regisseur te zoeken in je eigen woonplaats, maar lukt dat niet dan wordt het de hogedrukpan.
Daarna moet het decor worden gemaakt. Decors kosten energie en materialen, dat is nou eenmaal zo. Je kunt de schade beperken door groene energie te gebruiken, en FSC-hout en eco-katoen enzovoort (of nog beter: gebruikt hout, katoen enzovoort op de kop tikken). Het duurzaamst is weer: geen decor nemen, maar ik ging een cabaretvoorstelling maken en geen stand-up comedy.
Tenslotte komt het belangrijkste: de tournee. Het hele land door met een dieselbus vol decorstukken. Je zou natuurlijk met de trein kunnen gaan, maar dan kan je decor niet mee.
Hmmm... dat is nou de tweede keer dat het decor roet in het eten gooit.
Toch maar geen decor, dan?
Of... (tromgeroffel) je neemt een decor dat al ter plaatse is. In vrijwel ieder theater is er wel een soort opslagruimte waar oude decorstukken van een of ander huisgezelschap stof staan te vergaren. En theaters die dat niet hebben, hebben wel een foyer met tafeltjes en koffiekopjes en weet ik veel wat. Waarom zouden we niet gewoon die spullen als decor nemen? Is nog hergebruik ook!
Het nadeel van dit idee is dat het decor niet bepaald is toegesneden op de voorstelling.
De oplossing is eenvoudig: we snijden de voorstelling toe op het decor. Wat we zelf kunnen dragen nemen we mee, wat we verder nodig hebben zoeken we in het theater, en we improviseren de boel aan mekaar.
Dat wil zeggen dat je voor elke voorstelling een paar uur extra opbouwtijd moet rekenen. Om het theater af te schuimen naar decorstukken, enige coherentie aan te brengen in wat je zoal vindt en, ook niet onbelangrijk, om alvast een beetje na te denken hoe je de voorstelling in dat decor gaat spelen.
Kortom: het kost elke keer weer een beetje extra moeite.
Maar wie duurzaam wil proberen te leven kan zich maar beter meteen neerleggen bij het concept 'extra moeite', ben ik bang.
Een beetje extra moeite, daar ga je niet dood aan. Integendeel; werken houdt het lichaam fit en improviseren houdt de geest soepel.
Wie duurzaam leeft, gaat fit en soepel zijn graf in.
Op dezelfde manier als je een duurzame wat-dan-ook maakt: je bedenkt wat je wilt maken en in plaats van meteen aan de slag te gaan denk je nog even verder over de duurzame kant van het verhaal.
Wat is er niet duurzaam aan je plan? Die aspecten verbeter je, waar het kan. Makkelijk zat.
Welnu: wat is er niet-duurzaam aan een cabaretvoorstelling?
Fucking alles!
Je begint de teksten te schrijven. Op een computer, die stroom verbruikt, of op papier, dat grondstoffen (hout, water en chemicaliën om de zaak mooi glanzend wit te krijgen) en energie verbruikt. Laten we niet vergeten dat die computer ook behoorlijk wat materialen (waarvan sommige giftig en sommige zeldzaam) heeft gekost, evenals een hoop energie (vergis je daar niet in: een computerchip is klein, maar kost heel veel energie omdat-ie zo complex is) heeft gekost. Kan dat duurzamer? Een beetje wel: recyclingpapier gebruiken, of een tweedehands computer en groene stroom. Het allerduurzaamst is het om papier te hergebruiken, bijvoorbeeld door de marges van kranten af te knippen en daarop te schrijven. Maar ik ben Gekke Henkie niet; er komt een punt waarop de eisen die je jezelf stelt zo strikt worden, dat je alle plezier in het werken verliest en dan kun je beter iets geheel anders gaan doen. Of een compromis-oplossing zoeken. 'Iets anders gaan doen' is in dit gedachte-experiment geen optie, want we willen bedenken hoe we een duurzame voorstelling maken, niet of we er een gaan maken.
Dat wordt dus een compromis: de tweedehands computer met groene stroom.
Dan moet er gerepeteerd worden. Tenzij je in dezelfde plaats woont als je regisseur betekent dat een hoop heen-en-weer gereis. Dat kun je simpel oplossen door te verhuizen, maar dan wordt de vraag 'hoe verhuis ik duurzaam' en dan heb je er een redelijk groot probleem bij. Of je beperkt je bewegingen door de repetities te beperken, bijvoorbeeld door één week lang elke dag de hele dag samen te werken en te hopen dat die hogedrukpan het gewenste resultaat oplevert. Het allermakkelijkst is het natuurlijk een regisseur te zoeken in je eigen woonplaats, maar lukt dat niet dan wordt het de hogedrukpan.
Daarna moet het decor worden gemaakt. Decors kosten energie en materialen, dat is nou eenmaal zo. Je kunt de schade beperken door groene energie te gebruiken, en FSC-hout en eco-katoen enzovoort (of nog beter: gebruikt hout, katoen enzovoort op de kop tikken). Het duurzaamst is weer: geen decor nemen, maar ik ging een cabaretvoorstelling maken en geen stand-up comedy.
Tenslotte komt het belangrijkste: de tournee. Het hele land door met een dieselbus vol decorstukken. Je zou natuurlijk met de trein kunnen gaan, maar dan kan je decor niet mee.
Hmmm... dat is nou de tweede keer dat het decor roet in het eten gooit.
Toch maar geen decor, dan?
Of... (tromgeroffel) je neemt een decor dat al ter plaatse is. In vrijwel ieder theater is er wel een soort opslagruimte waar oude decorstukken van een of ander huisgezelschap stof staan te vergaren. En theaters die dat niet hebben, hebben wel een foyer met tafeltjes en koffiekopjes en weet ik veel wat. Waarom zouden we niet gewoon die spullen als decor nemen? Is nog hergebruik ook!
Het nadeel van dit idee is dat het decor niet bepaald is toegesneden op de voorstelling.
De oplossing is eenvoudig: we snijden de voorstelling toe op het decor. Wat we zelf kunnen dragen nemen we mee, wat we verder nodig hebben zoeken we in het theater, en we improviseren de boel aan mekaar.
Dat wil zeggen dat je voor elke voorstelling een paar uur extra opbouwtijd moet rekenen. Om het theater af te schuimen naar decorstukken, enige coherentie aan te brengen in wat je zoal vindt en, ook niet onbelangrijk, om alvast een beetje na te denken hoe je de voorstelling in dat decor gaat spelen.
Kortom: het kost elke keer weer een beetje extra moeite.
Maar wie duurzaam wil proberen te leven kan zich maar beter meteen neerleggen bij het concept 'extra moeite', ben ik bang.
Een beetje extra moeite, daar ga je niet dood aan. Integendeel; werken houdt het lichaam fit en improviseren houdt de geest soepel.
Wie duurzaam leeft, gaat fit en soepel zijn graf in.
zaterdag 1 september 2012
Duurzaam optreden
Het is al bijna een jaar geleden, dat ik mijn laatste voorstelling gaf. Eigenlijk was het mijn bedoeling het bijltje erbij neer te gooien. Kindertheater trekt nou eenmaal geen volle zalen, tenzij je bekend bent van de televisie. En daar kwam nog eens het kabinet Bruin I overheen, met zijn persoonlijke vete tegen alles wat het leven interessant maakt. De prijzen van theaterkaartjes stegen, verdiensten liepen terug. Kennissen, wier core business theater was, klaagden steen en been over de halflege zalen waarin zij hun goedbedoelde vakmanschap over de hoofden van de laatste Nederlandse cultuurmohikanen lieten galmen.
Maar ziet, daar kwam het Kunduz-akkoord en opeens leken er weer dingen mogelijk. De BTW-verhoging op theaterkaartjes werd afgeschaft. Er werden trouwens ook een paar groene maatregelen genomen, zoals de Forenzentaks. Die had overigens, haast ongelooflijk voor een regeringsmaatregel, werkelijk zin en het is dan ook leerzaam te zien hoe ie-de-reen die bij het bedenken van die maatregel betrokken was zich nu haast hem te verfoeien. Houdt uw ogen en oren open, lezer! De volgende keer dat een bende politiekers een zelf genomen maatregel laat vallen als een gloeiendhete aardappel ingesmeerd met groene zeep, dan weet u: daar heeft men per ongeluk iets nuttigs gedaan, dat het ongewenste gedrag van de burger daadwerkelijk dreigt te veranderen en daarom door diezelfde burger gehaat wordt.
Vergelijk dat eens met de theaterkaartjes: dezelfde politici die met een zelfvoldane grijns meldden dat ze duurder zouden worden, melden nu even tevreden dat ze goedkoper worden en er is geen haan die ernaar kraait. Theaterkaartjes zijn electoraal volkomen irrelevant.
Voor mijzelf zijn ze echter verre van irrelevant, want ik had er een tijdlang mijn brood mee verdiend. En toen het Kunduz-akkoord eenmaal ter tafel lag, besloot ik dat oude metier weer op te pakken.
Maar dan anders. Geheel in de geest van mijn Groene Voeten besloot ik de duurzaamste voorstelling van het seizoen 2013/14 te gaan maken (het maken van een voorstelling kost ongeveer een jaar, en de verkoop van voorstellingen aan theaters begint in de herfst, dus een beslissing in het voorjaar van 2012 krijgt pas zichtbare gevolgen na anderhalf jaar).
Ik had wel vaker met de geachte gespeeld een duurzame voorstelling te maken. Ik dacht daarbij aan een home-trainer, die ik zou ombouwen (of eerlijk gezegd: laten ombouwen, want mijn technicus is heel handig en ik niet) zodat je er energie mee kon opwekken door te trappen. Die zou dan het licht moeten leveren voor de hele voorstelling. Vanzelfsprekend zou ik dan op LED gebaseerde theaterlampen mee moeten nemen, want gewone lampen krijg je met 1 fietsje niet van stroom voorzien. De rest van de decorstukken en attributen zou dan net buiten bereik staan, zodat je ze niet kunt pakken zonder het theater in duister te hullen en/of ingewikkelde capriolen uit te halen. Altijd leuk.
Leuk, ja, maar duurzaam? Eigen LED-spots? Hoeveel energie kost het produceren van een LED-theaterlamp, en hoe vaak moet je wel niet optreden voordat dat energiebesparing oplevert? De hometrainer was het probleem niet, die kon je vast wel tweedehands aanschaffen en met beperkt gebruik van van grondstoffen ombouwen.
Maar zo'n hometrainer moet ook in het theater aankomen, anders heb je er niks aan. Zelfde geldt voor de theaterlampen en de rest van het decor.
Het grootste beslag op grondstoffen legt een theatergezelschap misschien wel door het voortdurende rondreizen waarmee een tournee gepaard gaat. Zo'n grote dieselbus met decorstukken die het hele land doorkruist... zou dat nou niet anders kunnen?
Ja, dat kan natuurlijk anders.
Bijvoorbeeld door alle voorstellingen in hetzelfde theater te geven. Maar ja, dan moet je een eigen theater hebben. En genoeg publiek dat zó dol op je is, dat ze naar jou toekomen...
Oeps! Stel dat je zó populair bent dat mensen uit het hele land naar je voorstelling willen kijken. En stel dat je, om het milieu te sparen, niet naar hen toekomt. Dan komen zij naar jou. En zij zijn met velen, anders heeft het geven van zo'n voorstelling geen zin. Dan krijg je dus in plaats van 1 dieselbus honderden en honderden personenauto's die voor jouw voorstelling het land doorkruisen.
Daar wordt het allemaal niet beter van.
Er moest dus een radicaal andere manier verzonnen worden.
Daarover volgende week meer.
Maar ziet, daar kwam het Kunduz-akkoord en opeens leken er weer dingen mogelijk. De BTW-verhoging op theaterkaartjes werd afgeschaft. Er werden trouwens ook een paar groene maatregelen genomen, zoals de Forenzentaks. Die had overigens, haast ongelooflijk voor een regeringsmaatregel, werkelijk zin en het is dan ook leerzaam te zien hoe ie-de-reen die bij het bedenken van die maatregel betrokken was zich nu haast hem te verfoeien. Houdt uw ogen en oren open, lezer! De volgende keer dat een bende politiekers een zelf genomen maatregel laat vallen als een gloeiendhete aardappel ingesmeerd met groene zeep, dan weet u: daar heeft men per ongeluk iets nuttigs gedaan, dat het ongewenste gedrag van de burger daadwerkelijk dreigt te veranderen en daarom door diezelfde burger gehaat wordt.
Vergelijk dat eens met de theaterkaartjes: dezelfde politici die met een zelfvoldane grijns meldden dat ze duurder zouden worden, melden nu even tevreden dat ze goedkoper worden en er is geen haan die ernaar kraait. Theaterkaartjes zijn electoraal volkomen irrelevant.
Voor mijzelf zijn ze echter verre van irrelevant, want ik had er een tijdlang mijn brood mee verdiend. En toen het Kunduz-akkoord eenmaal ter tafel lag, besloot ik dat oude metier weer op te pakken.
Maar dan anders. Geheel in de geest van mijn Groene Voeten besloot ik de duurzaamste voorstelling van het seizoen 2013/14 te gaan maken (het maken van een voorstelling kost ongeveer een jaar, en de verkoop van voorstellingen aan theaters begint in de herfst, dus een beslissing in het voorjaar van 2012 krijgt pas zichtbare gevolgen na anderhalf jaar).
Ik had wel vaker met de geachte gespeeld een duurzame voorstelling te maken. Ik dacht daarbij aan een home-trainer, die ik zou ombouwen (of eerlijk gezegd: laten ombouwen, want mijn technicus is heel handig en ik niet) zodat je er energie mee kon opwekken door te trappen. Die zou dan het licht moeten leveren voor de hele voorstelling. Vanzelfsprekend zou ik dan op LED gebaseerde theaterlampen mee moeten nemen, want gewone lampen krijg je met 1 fietsje niet van stroom voorzien. De rest van de decorstukken en attributen zou dan net buiten bereik staan, zodat je ze niet kunt pakken zonder het theater in duister te hullen en/of ingewikkelde capriolen uit te halen. Altijd leuk.
Leuk, ja, maar duurzaam? Eigen LED-spots? Hoeveel energie kost het produceren van een LED-theaterlamp, en hoe vaak moet je wel niet optreden voordat dat energiebesparing oplevert? De hometrainer was het probleem niet, die kon je vast wel tweedehands aanschaffen en met beperkt gebruik van van grondstoffen ombouwen.
Maar zo'n hometrainer moet ook in het theater aankomen, anders heb je er niks aan. Zelfde geldt voor de theaterlampen en de rest van het decor.
Het grootste beslag op grondstoffen legt een theatergezelschap misschien wel door het voortdurende rondreizen waarmee een tournee gepaard gaat. Zo'n grote dieselbus met decorstukken die het hele land doorkruist... zou dat nou niet anders kunnen?
Ja, dat kan natuurlijk anders.
Bijvoorbeeld door alle voorstellingen in hetzelfde theater te geven. Maar ja, dan moet je een eigen theater hebben. En genoeg publiek dat zó dol op je is, dat ze naar jou toekomen...
Oeps! Stel dat je zó populair bent dat mensen uit het hele land naar je voorstelling willen kijken. En stel dat je, om het milieu te sparen, niet naar hen toekomt. Dan komen zij naar jou. En zij zijn met velen, anders heeft het geven van zo'n voorstelling geen zin. Dan krijg je dus in plaats van 1 dieselbus honderden en honderden personenauto's die voor jouw voorstelling het land doorkruisen.
Daar wordt het allemaal niet beter van.
Er moest dus een radicaal andere manier verzonnen worden.
Daarover volgende week meer.
Abonneren op:
Posts (Atom)