Posts tonen met het label eten van het seizoen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eten van het seizoen. Alle posts tonen

dinsdag 22 november 2016

Wat men met een kardoen kan doen

Op het tuintjes-complex waar ik mijn postzegeltje (40m2) duurzame voedselproductie beoefen, teelt iedereen biologisch. Dat is daar verplicht. In heel veel van die biologische tuintjes zie je een prachtige, rijzige plant staan met grijsgroen, diep geveerd blad. In de zomer komen er mooie paarse bloemen aan, die zeer geliefd zijn bij bijen en hommels.
Dat is de kardoen.
De kardoen is een zg. Vergeten Groente en vermoedelijk is dat de reden dat je 'm zo veel ziet. De mensen die biologische tuintjes hebben, zijn vaak ook de mensen die de slowfood-beweging een warm hart toedragen, die voorstander zijn van seizoensgroente en biodiversiteit en niet zelden zien zij zich ook als mede-beheerders van de genenbank die ons voedsel produceert. Vergeten groente? Planten die hap!
Zelf ben ik ook zo iemand, dus ik heb 'm ook staan. Altijd als ik op mijn tuintje kom, geeft hij me een warm gevoel. Wat een mooie plant! En wij ontrukken, met z'n allen, deze fraaie groente toch maar mooi aan de vergetelheid!
Maar na een paar jaar gaat het toch knagen: ik hebt een grote groente staan en ik knaag er niet aan.
Hoe eet je dit ding?
Experimenteren maar!
Op het web zijn wel wat kardoen-recepten te vinden, maar die zijn lang niet allemaal toegesneden op een vegetarische levensstijl, of moeilijk te maken, of niet zo lekker.
Daarom hieronder een paar makkelijke, snelle eigen recepten.
Maar eerst: hoe oogst je een kardoen?
De vraag hoe laat zich eigenlijk vooral vertalen naar de vraag: wanneer?
Welnu, de kardoen is een wintergroente. Je hoort wel eens dat je kardoenen moet bleken, maar dat is helemaal niet nodig. Wat je moet doen is: oogsten van november tot maart. In die periode heeft-ie een heerlijke artisjokken-smaak, wat niet zo vreemd is want hij is familie van de artisjok. Zéér naaste familie. Eigenlijk verdenk ik hem ervan gewoon een artisjok te zijn.
In de zomer smaakt het ding ook naar artisjok, maar dat proef je nauwelijks want dan is hij nogal bitter.
Dus: hele zomer laten staan, energie laten verzamelen, aan het eind van de zomer al het blad afsnijden of gewoon wachten tot het afsterft, en dan in de winter de nieuwe groei eten. Je trekt of snijdt er een paar mooie grote bladeren af, liefst de licht-grijze want die zijn het jongst en dus het smakelijkst.
Binnen twee dagen opeten, want het spul wordt snel slap en bruin.
Maar hoe eet je dan een kardoen?
Wat je eet zijn de blad-ribben. De rest van het blad gaat op de composthoop, of gewoon in de tuin als mulch, want de kardoen is niet alleen een groente en een hommelmagneet maar ook nog een bio-accumulator, dat wil zeggen een diep wortelende plant die voedingsstoffen uit de grond naar boven haalt en opslaat in bijvoorbeeld zijn blad. Blad op de grond = goed voor de bodem.
Je snijdt de zijkant van de bladribben af, daar zitten vaak zachte stekels aan want de kardoen is familie van de distel. Meer naar boven toe houden de stekels op en begint het eigenlijke blad. Dat snijd je dus ook weg. Nu houd je een dikke, bleekselderij-achtige stengel over. Die wordt heel snel bruin, wat geen invloed heeft op de smaak maar als je geen vies-bruin kleurtje wilt, leg je de stengel in water waaraan wat citroensap of azijn is toegevoegd.
De bladribbe heeft lange, vezelige draden waar je geen last van hebt als je 'm in heel dunne plakjes snijdt, pak 'm beet een halve centimeter of minder. Ikzelf snijd meestal de bladribbe eerst over de lengte in drie of vier slierten, en die slierten gaan dan in de hierboven genoemde dunne plakjes. Dan houd je dus heel kleine stukjes over.

Met die kleine stukjes maken wij vervolgens:
1. risotto met wortel en kardoen
ingrediënten:
250gr risottorijst
3 bladeren kardoen
1 kleine winterwortel
1 ui, fijn gesneden
1 teentje knoflook, zeer fijn gesneden
1 l bouillon
scheut witte wijn
tijm en peper naar smaak
100 gr parmezaanse kaas, vers geraspt
Olijfolie

bereiding:
snijd de kardoen in kleine stukjes, zoals hierboven beschreven. Ga ik niet opnieuw uitleggen.
Snijd de wortel over de lengte in vieren, daarna in dunne plakken.
Fruit de ui in de olijfolie, voeg vrij snel de wortel en de helft van de tijm toe.
Bak al roerend tot de wortel iets zachter begint te worden.
Voeg knoflook en kardoen toe, bak nog een minuut en voeg de risottorijst toe.
Als de rijstkorrels min of meer warm zijn, voeg je eerst de witte wijn toe. Blijf roeren tot de wijn geheel is opgenomen/ verdampt. Voeg dan, lepel voor lepel, de bouillon toe. Steeds wachten tot de bouillon is opgenomen voor je een nieuwe lepel toevoegt en blijven roeren, anders bakt de zaak aan.
Als de rijst min of meer gaar is voeg je de rest van de tijm, de peper en de parmezaanse kaas toe. Nog even goed doorroeren en smakelijk eten!

2. Penne met kardoen-roomsaus
ingrediënten:
300 gr. penne (of andere pasta als dat je voorkeur heeft)
4 bladen kardoen
250ml bouillon
1 ui, fijn gesneden
2 teentjes knoflook, zeer fijn gesneden
125ml creme fraiche
2 eetlepels peterselie (of, als je net als ik te lui bent om steeds weer peterselie te planten en dus liever vaste planten gebruikt: loof van de Aardkastanje (Bunium bulbocastanum))
olijfolie
Zout en peper naar smaak
100 gr parmezaanse kaas, in snippers

Snijd de kardoen in kleine stukjes als hierboven beschreven.
Breng de bouillon aan de kook en doe de kardoen hierin.
Kook de pasta zoals op de verpakking beschreven staat.
Fruit ui en knoflook. Als de ui glazig wordt, schep je met een schuimspaan de kardoen uit de bouillon en voegt hem toe aan de ui en knoflook.
Voeg de creme fraiche toe en draai het vuur zacht. Als de saus te droog wordt, voeg je wat van het kookvocht van de kardoen toe.
Als de penne gaar zijn, giet je ze af. Dan roer je de saus en de peterselie erdoor, evenals zout en peper. Op borden scheppen en bestrooien met snippers parmezaanse kaas.

Zoals u ziet, twee Italiaans aandoende recepten. De kardoen is afkomstig uit Italië, vandaar.
Succes ermee!

zaterdag 2 februari 2013

Het Hongergat

Voordat het een manager-codewoord was voor 'probleem', of meer specifiek voor 'toestand op de werkvloer waar jij, als werknemer, een hekel aan hebt maar die ik, als manager, toch ga veroorzaken', betekende het woord 'uitdaging' dat iemand je opriep tot een gevecht of een wedstrijd.
Af en toe is het, helaas, nodig dit soort dingen hardop uit te spreken als we onze geestelijke gezondheid willen bewaren in een samenleving waar het managment-wezen zich, als koudvuur, een weg naar binnen vreet.
Dus als ik vandaag schrijf over een uitdaging, beste lezer, hoop ik dat u begrijpt dat ik het niet wil hebben oven een probleem waarmee ik mezelf geconfronteerd zie, en ook niet over een probleem waarmee ik u confronteer; ik heb het over een vriendschappelijk wedstrijdje dat ik met u wil aangaan.
Een wedstrijdje dat gaat over eten van het seizoen - dat vind ik nu eenmaal interessant.
Het geval wil namelijk dat wij het Hongergat beginnen te naderen. Ik heb geen idee of dit een bona fide Nederlands woord is, overigens; het is een vertaling van het Engelse 'hunger gap', waarmee die periode van het jaar wordt aangeduid dat er geen voedselgewassen van het veld komen en de voorraden van het vorige jaar beginnen op te raken. We zijn er nog niet helemaal, strikt gesproken: gisteren heb ik nog een aardige hoeveelheid prei gestoken, in de voortuin staat nog een restje veldsla en in volkstuintjes kunnen we hier en daar nog boeren- en spruitkool zien staan.
Overigens: wie zich afvraagt hoe gehate groenten als spruitjes en spinazie zich zo diep in het Nederlandse menu hebben kunnen nestelen, kan hierin het antwoord vinden; spruitjes zijn, in ons klimaat, oogstbaar tot in maart, en spinazie is te plukken vanaf april. De enige reden dat deze twee groenten in veel huishoudens tot het verleden zijn gaan behoren is dat we inmiddels krankzinnige hoeveelheden energie steken in het consumeren van voedsel dat geproduceerd is op een ander halfrond, of dichterbij maar in een warmgestookte kas.
Wie duurzaam wil eten, laat echter de verse kas-tomaten en de Keniaanse sperzieboontjes links liggen. Die zit dus vast aan de traditionele, 'vieze'groenten.
Om heel eerlijk te zijn: van spinazie weet ik nog wel het een en ander te maken, maar als het op spruitjes aankomt gooi ook ik de handdoek al snel ik de ring.
Gelukkig zijn er ook nog de traditionele bewaargroenten: groenten die, ook buiten het vriesvak, lang houdbaar zijn en tot ver in het voorjaar gegeten kunnen worden met een minimaal verlies aan smaak en voedingswaarde. Denk aan pompoen, bieten, winterwortelen, bruine bonen en dergelijke.
Aangezien deze groenten zonder extra verbruik van energie bewaard kunnen worden tell ik ze even mee als seizoensgroenten. Dat verbreedt de mogelijkheden om van het seizoen te eten aanmerkelijk, maar in vergelijking met wat we in de supermarkt kunnen vinden blijft het een smalle basis voor een smakelijk en gevarieerd menu.
Wie duurzaam wil eten, moet het seizoensvoedsel weer terug op zijn menu zien te wurmen. Dat is geen sinecure: we zijn gewend geraakt aan lekker en makkelijk eten. Althans, dat geldt voor mijn gezin. De een lust geen enkele kool behalve bloemkool, de ander houdt niet van stamppot of soep, een derde niet van bonen... kortom: vrijwel het gehele Nederlandse wintermenu kan bij ons op woedende protesten rekenen.
Aangezien mijn kinderen binnen mijn kennissenkring beschouwd worden als bikkels die zelden zeuren, vermoed ik dat er gezinnen zijn waar het nog minder makkelijk zal zijn om een seizoensmenu samen te stellen.

Het wordt zo langzamerhand tijd om op de proppen te komen met de aangekondigde uitdaging.
Welnu: ik heb mezelf ten doel gesteld één seizoensgroente te kiezen en die een week lang elke dag op het menu te zetten. Zonder dat het gezin reden heeft tot klagen of protesteren, en zonder twee keer hetzelfde gerecht te serveren.
Ik heb het mezelf makkelijk gemaakt en een lekkere, veelzijdige groente genomen: de winterwortel. Deze week eten wij dus:
Wortels gestoofd in Balsamico-azijn, Wortelsalade, Hartige groentenmuffins (voor groenten lees wortel), Roergebakken wortel met gember en mosterdzaad, Hartige taart met wortels en cashewnoten, Wortel-thijmrisotto en Pannenkoeken.
Voor wie het zich afvraagt: jazeker, ik bak pannenkoeken met een Geheim Ingrediënt, dat zorg draagt voor een prachtige goudgele kleur en bovendien de pannenkoeken, toch al rijk aan eiwitten én vetten én zetmeel nog wat verder de Schijf van Vijf op duwt.
Let wel: dit is niet álles wat ik de komende week eet: ik eet so wie so elke dag twee verschillende groenten, dus er blijft nog genoeg te variëren over.

Mijn uitdaging aan u: neem een wintergroente en zet die een week lang elke dag op het menu, zonder dat uw gezin gaat klagen en zonder het twee keer op dezelfde manier te bereiden. Als u een makkelijke groente kiest, zoals winterwortel of pompoen, dan staan we quitte. Neemt u iets moeilijks zoals spruitjes of boerenkool, dan wint u.
U wint ook als u zeven gerechten bedenkt die op een energiezuinige manier kunnen worden bereid, bijvoorbeeld in de hooikist, want daar ga ik nog een beetje de mist in. Jammer maar helaas; wie moeilijk doet over zijn eerste stap, die komt nooit ergens.

zondag 13 januari 2013

Een nieuw en beter leven: de hooikist.

De eerste helft van januari ligt al weer bijna achter ons, en dat wil zeggen dat het te laat is om nog met goed fatsoen een lijstje met goede voornemens te posten.
Goede voornemens zijn zó vorige week.
Trouwens, goede voornemens moet je niet posten, die moet je uitvoeren. De beste voornemens worden in stilte gemaakt; de rest van de wereld merkt pas aan het resultaat, dat je ze ooit gemaakt had. Wie zijn goede voornemens deelt met zijn naasten, gaat er al van uit dat hij zijn nieuwe, betere leven niet zal kunnen volhouden.
Hij wil helemaal geen nieuw en beter leven. Hij wil gewoon zijn oude, verdorven leven maar dan met, ik noem een volkomen willekeurig voorbeeld, een lager lichaamsgewicht.
Dat kan dus niet. Maar het oude, verdorven leven was zo lékker! Hoe kun je dat vaarwel zeggen?
Simpel, zeggen de goede voornemers: daar gebruik ik mijn vrienden en geliefden voor. Als ik terugval in de verdorvenheid, zullen zij het zien en dan schaam ik me natuurlijk dood. De angst voor die schaamte is een belangrijkere drijfveer dan het hebben van een nieuw en beter bestaan.
Als iemand jou vertelt dat hij wil stoppen met roken, dan weet je dat hij banger is voor jou dan voor de dood. Ergens wel vleiend.
Over mijn goede voornemens zal ik dus zwijgen. Min of meer; ik wil wel graag iets vertellen over mijn werkzaamheden van de afgelopen week, en het is mijn huisgenoten ongetwijfeld opgevallen dat ik harder aan sommige projecten werk dan ik deed in, ik noem maar wat, december.
Zo heb ik gisteren de hooikist eens onder handen genomen. Het ding staat al meer dan een jaar in mijn keuken, maar is nog niet eens half af.
Ik heb voor een grote keukenlade een kist laten maken, bestaande uit twee compartimenten van ieder ongeveer 35x35x35 cm. De meubelmaker gebruikte er een speciaal soort triplex voor, bestaande uit smalle latjes die afwisselend in de lengte en in de breedte aan elkaar zijn gelijmd; dat voorkomt kromtrekken bij (matige hoeveelheden) vocht en/of warmte.
In de compartimenten doe je isolerend materiaal. Alles kan. Ik heb in het verleden hooi gebruikt, en dat werkt prima, maar in mijn gezin rezen er zorgen over Beestjes die vast en zeker hun intrek zouden nemen in dit organische materiaal. Ik heb in twee jaar hooikisterij geen Beestje gezien; ook toen ik uiteindelijk besloot ander materiaal te gebruiken, en het oude hooi dus verwijderde, werd ik geconfronteerd met precies nul Beestjes. Hooi is dus prima.
Inmiddels gebruik ik echter een mengeling van allerhande afvalmateriaal: piepschuim (als er wel eens iets - wat dan ook - bij je bezorgd wordt, en je houdt niet zo van weggooien, heb je op een gegeven moment een aardige hoeveelheid piepschuim), een oude slaapzak, lakens, een wollen trui... mijn kist is in een voortdurende staat van ontwikkeling.
Op dit moment presteert-ie redelijk: een pan met een liter kokend water is na precies een uur nog 70 graden. Daarmee krijg je de meeste dingen wel gaar; rijst, aardappels, bieten, bonen etc. Ik wil de kist nog iets verder verbeteren (een laagje isolatiefolie tussen pan en piepschuim, bijvoorbeeld) voor ik mij aan pasta waag; resultaten uit het verleden maken mij een beetje huiverig wat pasta betreft.
Ik ben reuze trots op mijn zelf geproduceerde hooikist. Okee, er is een meubelmaker aan te pas gekomen, en in principe had ik ook zelf een kist kunnen timmeren, van afvalhout. Dan had-ie nul euro gekost. Maar dan was-ie ook wel een stuk minder mooi geweest.
In ieder geval: je kunt 'm dus zelf maken voor nul euro, en je bespaart er serieus gas mee.
Er is ook een alternatief op de markt dat je niet alleen het werk bespaart, maar dat ook veel minder ruimte in beslag neemt in je keuken: een lezer wees mij onlangs op de Hooimadam. Toevallig presteert die precies even goed als mijn kist: 70 graden na een uurtje. Kost meer dan nul euro, natuurlijk, maar ze is geheel van stof dus makkelijk op te bergen, en wordt lekker makkelijk thuisbezorgd. Zonder piepschuim verpakkingsmateriaal.

zondag 23 december 2012

Bizarre uitjes

Gisteren zag mijn huishouden een aardige samenloop van omstandigheden: het einde van het groeiseizoen van 2012, en het begin van dat van 2013.
's Avonds stond er veldsla op het menu: het laatste voedsel dat er nog groeit, in mijn tuin. Mijn gezin heeft een collectieve hekel aan vrijwel alle kolen, wat wil zeggen dat oer-hollandse winterdelicatessen zoals boerenkool en spruitjes uitgesloten zijn van deelname aan mijn tuintje.
Aardperen, die ik in het verleden tot in januari heb kunnen oogsten, komen er ook niet meer in. Zelf vind ik dit aardige knolletje zeer smakelijk, maar in mijn gezin wordt daar door sommigen heel anders over gedacht. En mijn enige medestander in dezen krijgt er buikpijn van, dus die ziet de aardpeer ook liever gaan dan komen.
Met prei zou ik nog wel weg kunnen komen, mits met mate toegediend, maar die stond dit jaar domweg niet in mijn teeltplan. Ik heb maar een paar vierkante meter tot mijn beschikking.
Volgend jaar wordt dat radicaal anders. Ten eerste gaat de voortuin op de schop en ten tweede heb ik een volkstuintje gescoord.
Mijn voortuin wordt volledig omgebouwd tot productiemiddel. Fruitbomen, groentebedjes en een paar knotboompjes voor geriefhout. Dat laatste, eerlijk gezegd, voornamelijk omdat ik het woord 'geriefhout' een pracht van een woord vind. Dat krijg je, als je een schrijver een tuin laat bedenken.
Het volkstuintje is een iets ander verhaal: dat ga ik gebruiken om te experimenteren met een oude indiaanse teeltmethode, de zg. 'Three Sisters'. In die methode plant je mais, bonen en pompoenen door elkaar, en dat zou elkaar dan enorm goed moeten helpen en tot grote groeiprestaties opzwepen. De stengels van de mais dienen als staken waarlangs de bonen op kunnen klimmen, de bonen leggen stikstof vast in de bodem waar de mais en de pompoenen van kunnen mee-snoepen, de pompoenen houden met hun grote bladeren het onkruid in toom, kortom, als het goed is heb je er de hele zomer geen omkijken naar en is het daarna overvloedig oogsten geblazen.
Voor al die plannen heb ik natuurlijk zaaigoed nodig, en dat heeft de onvolprezen firma Vreeken keurig netjes naar mij opgestuurd. Gisterenmiddag kwam mijn bestelling aan; dat is wat ik bedoelde, toen ik zei dat het groeiseizoen van 2013 voor mij al begonnen was.
Het meest in mijn nopjes was ik met de ongebruikelijke ui-achtigen die ik besteld had. Daslook, Oerprei en St.-Jansuitjes - die eerste ken ik slechts van horen zeggen, de andere twee ken ik helemaal nérgens van. Ik heb ze voornamelijk aangeschaft om ze onder de fruitboompjes te zetten - het schijnt dat planten uit de uien-familie, met hun sterke geur, ongedierte (lees: bladluizen) zodanig in de war brengen dat de arme beestjes de boom niet meer kunnen vinden.
Tussen de bizarre uitjes komt rode klaver te staan, ook weer een stikstof-binder, die mijn fruitboompjes zal doen groeien als kool. Heb ik ergens gelezen.

Hmmm. Ik heb nu al drie keer een voorbehoud moeten maken. Mijn plannen zijn wel erg afhankelijk van wat ik zoal gelezen heb over Permacultuur, en ik weet nog heel goed wat het resultaat was, de vorige keer dat ik mij verliet op wijsheid-van-horen-zeggen.
Volgend jaar, zo rond oktober, weet ik pas hoe het verhaaltje verder gaat.
Dat is een beetje de ellende van tuinieren: de leercurve kan niet sneller stijgen dan het ritme van de seizoenen toestaat.
Of je moet een tuin in Zuid-Afrika nemen, zodat je op twee halfronden tegelijk kunt experimenteren. Dan gaat het twee keer zo snel.
Maar dan moet je wel heel veel vliegreizen maken, dus van duurzaamheid is dan geen sprake meer.

zondag 25 november 2012

Kiwi-RSI

Wij mensapen delen een genetische afwijking met fruitvleermuizen en cavia's: we kunnen in onze lichamen geen ascorbinezuur aanmaken. En zonder A-Scorbinezuur krijgen we last van Scorbus, oftewel scheurbuik, want ascorbinezuur is hetzelfde goedje als vitamine C. Jazeker, lezer: alle andere dieren en planten kunnen vitamine C maken. Alleen wij, de cavia's en de fruitvleermuisjes niet. Hartelijk dank, moeder Natuur, dat heeft u weer fijn geregeld!
Gelukkig eet ik graag fruit, dus dat probleem kan opgelost worden.
Al jaren lang staat er dan ook een kiwi-plant te groeien tegen een zuidelijke muur van mijn huis. Een klimplant met mooie, grote bladeren die 's zomers de zon uit de kamer houden en 's winters op een hoopje lekkere mulch liggen te maken. Maar het gaat niet om de bladeren, natuurlijk (hoewel die al twee zeer nuttige dingen doen). Het gaat om de kiwi's.
Welnu: de kiwi-oogst was groot, dit jaar. Kilootje of dertien, van 1 plant.
Dat klinkt goed, maar het levert nogal wat problemen op.
Om te beginnen: de kiwi-plant komt oorspronkelijk uit China, en doe het ook in Nieuw-Zeeland erg goed. Die landen hebben een ander klimaat dan wij. Dus, jammer jammer, in Nederland worden kiwi's niet rijp. Kiwi's moet je oogsten vóór de eerste vorst, en we hadden een vrij vroege nachtvorst dit jaar, dus begin oktober zat ik opeens met dertien kilo onrijpe kiwi's opgescheept.
Nu schijnt het dat je ze in een koele ruimte kunt laten narijpen. Dat komt dan mooi uit, want ik heb een koele ruimte: mijn kelder.
Maar hoe sla je kiwi's op?
Ik dacht: laat ik ze maar eens op stro leggen. Dat was waarschijnlijk een goede gedachte. Aangezien echter een groot deel van de beschikbare vloer- en plankruimte in mijn kelder zou worden ingenomen door dertien netjes op stro uitgespreide kilo's kiwi's kwam ik op het onzalige idee ze te stapelen. In, ik zal het maar eerlijk zeggen, manden en dozen.
Daar liet ik ze anderhalf maandje liggen. Om na te rijpen. Nu weet ik nog van vorig jaar dat kiwi's heel lang in onrijpe toestand blijven, om daarna ineens helemaal zacht en bah-vies te worden. Overrijpe kiwi's daar kun je helemaal niets meer mee.
Onrijpe kiwi's zijn ook geen pretje - keihard en veel te zuur - maar daar is nog iets aan te doen. En dat deed ik dan ook: ik maakte er kiwi-jam van.
Niet van alle dertien kilo, natuurlijk, want nu openbaarde zich de enormiteit van mijn opslagfout. Daar in die dozen was de boel gaan schimmelen. Alleen de bovenste laagjes waren nog bruikbaar. Het merendeel van mijn oogst kon dus linea recta de composthoop op.
Geeft niks, sprak ik met tranen in mijn ogen. Compost is ook fijn.
Al doende leert men. Ik heb al jaren de eigenaardige gewoonte eierdozen niet zomaar weg te gooien. Daar heeft vast nog eens iemand iets aan, denk ik steeds, maar niemand wil ze hebben. Behalve dan ikzelf, volgend jaar. Volgend jaar gaan mijn kiwi's in eierdozen. Kijken of ze het dan nog voor elkaar krijgen te gaan schimmelen!
Ik had dus nog ruim vier kilo kiwi's om jam van te maken.
Genoeg voor 6 kilo jam, want er moet suiker bij anders blijft het te zuur; bovendien werk suiker conserverend (het spul zet een proces van osmose in gang, waardoor bacterieën en schimmels domweg uitdrogen. Dan moet je eigenlijk meer suiker gebruiken, de verhouding moet 1:1 zijn, dus ik heb mijn jam nog even gesteriliseerd: 10 minuten in de oven op 150 graden).
Inmiddels weet ik, beste lezer, dat het echt een rotkarweitje is, Kiwi-jam maken. Eerst moet je namelijk 4 kilo kiwi's schillen. Een kiwi zonder schil is een beetje glibberig, die moet je stevig vasthouden, wat de kans op in-je-vinger-snijden aanmerkelijk vergroot. Daardoor ga je krampachtig schillen; ik kreeg er pijn in mijn pols van. Kiwi-RSI - hoe sneu is dat?
En dan zwijg ik nog van die rottige haartjes die overal aan blijven kleven.
Na het schillen moeten de kiwi's even koken. Liefst zo kort mogelijk. Anders kook je, zo schijnt het, alle vitaminen eruit. En daar was het juist allemaal om begonnen.
Maar als je ze maar kort kookt, dan koken ze niet stuk.
De oplossing, dacht ik bij de eerste pan: gewoon even de vruchten in kleine stukjes snijden.
Dat sta je dus een uur te hannesen. Had ik al vermeld dat kiwi's vrij zuur zijn, en dat je dat gaat voelen, als je er een uurtje met je handen in staat? Nee, he?
Nou, dat is dus zo.
Dus bij de tweede pan dacht ik: ik haal ze gewoon door de rasp. Ik heb een hele prettige rasp, met een soort draaimechaniekje eraan. Ziet eruit als een soort ruimteschip van Star Wars (als die grote zwengels op hun dak hadden gehad). Het ding stamt, net als Star Wars overigens, nog uit de jaren '80. Maar ik bewaak hem als een draak zijn schat, want hij raspt alles.
Behalve kiwi's.
Die krengen slagen erin om zich, in een rasp, opeens van hun meest vezelige kant te laten zien. Zacht en toch draderig.
Dus uiteindelijk de staafmixer erop gezet - zeer tegen mijn zin (want gemakzuchtig en kost elektriciteit - moreel gesproken een dodelijke combinatie).
De gestaafmixerde jam kostte minder tijd. Maar was ook minder lekker.
En bovendien schijnen het in jam nu juist de min of meer heel gebleven stukjes te zijn, die niet alleen de smaak, maar ook het vitamine-C gehalte het best intact laten.
Volgend jaar dus: de kiwi's in eierdozen, en jam met stukjes erin.
En ook: de kiwi's dunnen als ze nog aan de plant hangen. Dan blijven ze groter, schijnt het, en dat scheelt met schillen.
Want ook al is het nog zo'n rotkarwei, die kiwi-jam hou ik d'r in.
Lekker spul!

zondag 16 september 2012

Het sperziebonenseizoen.

Ik probeer zo veel mogelijk van mijn voedsel te kopen bij de Natuurwinkel. Als ik zeg 'zo veel mogelijk' dan bedoel ik eigenlijk dat ik de de grens trek bij 'schreeuwend duur'. De Natuurwinkel (ik gebruik deze naam even voor alle Natuurwinkels, Ekoplaza's, Gimsels en welke merken je verder allemaal hebt op dit gebied - de verschillen zijn verwaarloosbaar) biedt, zoals u weet, eerlijk voedsel voor een eerlijke prijs. Helaas is die eerlijke prijs zodanig dat iemand die elke dag, bijvoorbeeld, sperzieboontjes eet binnen een jaar moet overstappen naar een andere leverancier. Namelijk de Voedselbank.
Het is een wonderlijke toestand, dat met die sperzieboontjes.
In de Natuurwinkel kun je meestal gemakkelijk zien welke groenten in welk seizoen groeien. Als de courgettes betaalbaar zijn, is het courgetteseizoen. Is de boerenkool betaalbaar, dan is het boerenkoolseizoen.
Hallo, Natuurwinkel! Wanneer is dat stomme sperziebonenseizoen nou eigenlijk? Die krengen zijn het hele jaar door krankzinnig duur.
Voor de meeste groenten geldt bij ons in huis: zijn ze in het seizoen, dan halen we ze bij de Natuurwinkel. Zo niet, dan zijn er twee opties.
Optie 1: ik doe de boodschappen en we eten gewoon iets anders.
Optie 2: mijn lief doet de boodschappen en we eten de onseizoenelijke groente wel, maar die komt gewoon van de Supermarkt.
Meestal doe ik de boodschappen, dus sperzieboontjes eten wij bijna nooit. En dat is jammer, ivm voedzaam en smakelijk.
Bieten eten wij het hele jaar door, want afgaande op de prijs zijn die dingen altijd in het seizoen. In het courgetteseizoen zijn de bietjes goedkoper dan de courgettes. In het pompoenseizoen verslaan ze de pompoenen met gemak en in het boerenkoolseizoen laten ze fluitend de boerenkool achter zich. Staand voor het groentenschap krijg ik soms visioenen van een boer die ontspannen langs de velden kuiert, terwijl er tientallen, honderden bieten op eigen kracht vanuit de grond boenkerdeboenk in zijn kruiwagen springen.
Vreemd genoeg is het in de Supermarkt het het hele jaar sperziebonenseizoen.
Als je ze bij de Super het hele jaar kunt krijgen voor nog geen € 3 de kilo, terwijl ze bij de Natuurwinkel zelden onder de € 8 duiken, dan weet je dat er iets mis is. Iemand hier (ik kijk naar jou, Super) biedt ze niet aan voor een eerlijke prijs.
Wat zou er mis zijn, met die boontjes van de Super?
Zijn ze ongezond? Kennelijk niet: biologisch voedsel is even gezond als agro-tech voedsel, zo leerde ons onlangs een baanbrekend rapport van de universiteit van Stanford. Drie jaar geleden was er ook al een baanbrekend rapport met precies dezelfde conclusie, en zeven jaar daarvoor ook, geloof ik. Men blijft maar baanbrekend concluderen: in biologisch voedsel zitten niet meer mineralen en vitaminen en vezels etc. dan in agro-tech. Kennelijk vindt men dat belangrijk. Biologisch voedsel bevat, zo blijkt ook steeds weer, minder landbouwgif en multiresistente bacteriën dan agro-tech. Kennelijk minder belangrijk. Biologisch voedsel put de bodem niet uit en is onafhankelijk van niet-hernieuwbare bronnen; dat heeft weliswaar niks met gezondheid te maken, maar wie zegt dat gezondheid het enige is waar je keuze van af mag hangen?
Wat is er mis met die onmogelijke sperzieboontjes? Afgezien van de niet-hernieuwbare kunstmest, de uitgeputte bodem en het landbouwgif (Oh ja, en het verbruik van kerosine - uw boontje wordt ingevlogen uit Egypte)?
Een tipje van de sluier werd deze week opgelicht doordat 's lands grootste Supermarkt een brief stuurde aan al zijn leveranciers: ze hadden besloten al hun leveranciers botweg 2% minder te gaan betalen voor hun producten. Pech voor de producenten. Als de prijs lager is dan in de Natuurwinkel, kun je ervan uitgaan dat er ergens iemand genaaid wordt. Een boer, een vervoerder, de kinderen die straks van dat kapot gemeste land moeten leven... En als de prijzen zo krankzinnig laag zijn als van de Super-boontjes, dan kun je er zeker van zijn dat vrijwel iedereen genaaid wordt. En hard ook.

Ik verbouw dit jaar mijn eigen sperzieboontjes. Niet alleen weet ik nu eindelijk wat het sperziebonen-seizoen is (augustus en begin september), ik bespaar geld, en krijg geen landbouwgiffen binnen. Maar die Egyptische boer dan? Die verdient nu helemaal niks aan zijn boontjes!
Nou, dan eet-ie ze toch lekker zelf op? Of hij verkoopt ze aan zijn mede-Egyptenaren. Of hij rukt ze uit en zaait tarwe in.
De Arabische Lente, laten we dat niet vergeten, begon met rellen over de voedselprijzen. Als ze daar te weinig te eten hebben, waarom moeten ze dan die krankzinnige boontjes voor ons verbouwen? Want boontjes, ook dat leer je helaas als je ze zelf verbouwt, leveren een bedroevend lage opbrengst per vierkante meter. (hier mag u een mild-bedroefde zucht achter denken)


PS. mijn spellchecker kent niet de woorden courgetteseizoen of sperziebonenseizoen, maar wel 'boerenkoolseizoen'. Seriously, WTF? Zoals dat tegenwoordig heet.